Baanreglement

STICHTING SPORTSCHIETBAAN DELFZIJL

Blad 1/6

Reglement ex artikel 15 der Statuten 25 Maart 2012

Algemeen

Het betreden van het terrein en/of deelnemen aan activiteiten, geschiedt op eigen risico.  Het is verboden om op het terrein van de Stichting buiten de paden te treden.  In- en uitgangen en toevoerwegen dienen vrij gehouden te worden.  Voertuigen mogen uitsluitend op het daarvoor aangewezen parkeerterrein worden geplaatst.  Kinderen jonger dan 16 jaar hebben geen toegang tot het terrein van de Stichting tenzij onder geleide van ouders of volwassen begeleiders. Kinderen beneden 14 jaar hebben geen toestemming om te schieten.  Honden worden op het terrein niet toegelaten tenzij met toestemming van de baanmanager.  Een ieder die op het terrein een onveilige situatie meent waar te nemen heeft de plicht deze zo snel mogelijk op te heffen en een baanofficial te (laten) waarschuwen. Als brand wordt geconstateerd, moet dit onverwijld worden gemeld aan de baanmanager en de beheerster van de kantine.  Het is verboden op de schietstand of elders op het terrein afval van welke aard dan ook achter te laten.  Het is verboden om op het terrein van de stichting zonder toestemming van het stichtingsbestuur enige commerciële activiteit uit te oefenen.

Veiligheid, Omgang wapen en Baaninstructies

De op de schietbaan actieve verenigingen en leden-schutters dienen zich in alle gevallen aan de voorgeschreven regels van Justitie en Defensie te houden en, indien van toepassing, aan de schiet- en wedstrijdreglementen van de KNSA, PCVN en ISSF, ofwel een andere regelgevende organisatie op het gebied van de schietsport. Bij strijdigheid van de verschillende regels en/of voorschriften gelden de strengste bepalingen.  Het meebrengen van wapens, die niet door een jachtakte of een verlof ingevolge de Wet Wapens en Munitie zijn gedekt, zijn ten strengste verboden.  Niet door een jachtakte of verlof ingevolge de Wet Wapens en Munitie gedekte ongebruikte munitie , (b.v. bij gebruik van een verenigingswapen) dient na het schieten in de kantine ingeleverd te worden.  Beginnende schutters (met een minimumleeftijd van 14 jaar) worden niet dan onder begeleiding van een daartoe door de baanmanager bevoegd geacht persoon tot de banen toegelaten. Tot het bereiken van de 18-jarige leeftijd, mag alleen onder toezicht van een door de baanmanager aangewezen instructeur worden geschoten.  De kleding van de schutter dient zodanig te zijn dat een wapen niet ongecontroleerd kan afgaan door aanraking met enig deel.

Het herladen van munitie, anders dan voor gebruik bij de eigen schietoefeningen, is alleen toegestaan aan een door de vereniging aangewezen persoon of personen, die hiervoor een specifiek verlof hebben ontvangen van Bijzondere Wetten. Dit geldt dan uitsluitend voor de op het verlof aangegeven kalibers. Het uitwisselen van herladen munitie is verboden.  Het is verboden op de schietbaan een wapen te vervoeren waarin zich één of meer patronen in kamer en /of magazijn bevinden.  Telkens wanneer een wapen ter hand genomen wordt dient te worden gecontroleerd of het wel ontladen is.  Basculegeweren, zoals b.v. dubbelloopsgeweren mogen uitsluitend geopend, ‘gebroken’, worden gedragen.

Blad 2/6

Alle andere wapens, ook vuistvuurwapens, dienen, tenzij zij verpakt zijn, met geopend grendel-mechanisme of een geopende trommel en de loop naar beneden gericht, gedragen te worden.

Uiteraard dienen uitneembare magazijnen ook te zijn verwijderd.

Vuistvuurwapens mogen niet geholsterd worden gedragen.

Hagelgeweren mogen, tijdens het schieten op de baan, niet voorzien zijn van draagriemen en /of –banden. Hagelgeweren die niet kunnen worden gebroken zijn verboden.  Een kogelschutter, die van de faciliteiten gebruik wil maken, dient vóóraf in de kantine zijn algemene gegevens in het schietregister in te vullen. Na het schieten wordt de rest ingevuld.

Kogelschutters krijgen pas toegang tot de baan als de baancommandant aanwezig is en in het schietregister is vermeld.  Hagelschutters laten zich registreren, door in de kantine aan de bar, te verzoeken om op een rondekaart te worden bijgeschreven. Ze worden dan ook automatisch in het schietregister vermeld. Zij kunnen hun ronde pas beginnen als door of namens de baanbeheerder een drukker aan hun groep is toegevoegd.  Na elke schietbeurt dient de schietstand door de schutter(s) opgeruimd achtergelaten te worden.  Lege hulzen en ander afval dienen na het schieten opgeruimd te worden, ook buiten de bunkers.  Niet in gebruik zijnde wapens dienen ontladen in de daarvoor bestemde geweerrekken te worden geplaatst en middels een hangslot en een van de daarvoor aanwezige kettingen te worden vastgezet.  Vuistvuurwapens dienen te worden opgeborgen in een van de aanwezige kluisjes. Een sleutel hiervan is verkrijgbaar aan de bar.  Het is verboden enig, al dan niet in de geweerrekken geplaatst wapen, anders dan het eigen wapen, ter hand te nemen.

Het is verboden om een schietoefening te doen met een ander dan een eigen wapen of een verenigingswapen of een baanwapen. Bij gebruik van een verenigings- of baanwapen is de aanwezigheid van een verlofhouder voor dit wapen noodzakelijk.

Ten behoeve van demonstratie doeleinden of bij een eventuele verkoop, kan met toestemming van de baanmanager met een andermans wapen worden geschoten.  Behoudens nadrukkelijke toestemming van de baanmanager, zijn wapens in de kantine verboden. Verenigings- en baanwapens mogen via de kantine naar het voor deze wapens bestemde rek worden gebracht.  Op alle kogelbanen mag tijdens de verenigingactiviteiten uitsluitend worden geschoten onder toezicht van een baancommandant of een instructeur.  Elke schutter is verplicht instructies van de baancommandant op te volgen. Ter plekke wordt hierover niet gediscuseerd.  Wapens, richtmiddelen en munitie waarmee wordt geschoten dienen van goede kwaliteit en goed onderhouden te zijn.

Het is niet mogelijk om tijdens de reguliere schietoefeningen ook een wapen in te schieten. Hiervoor moet een aparte afspraak met de baanmanager worden gemaakt.  Het schieten met andere patronen dan die van het ter plaatse toegestane soort of kaliber of niet van de officiële wapenhandel afkomstige patronen is in zijn algemeenheid niet toegestaan. ‘Herladende schutters’ dienen zich strikt te houden aan de hiervoor geldende wettelijke regelingen zoals omschreven in artikel 28 van de wet Wapens en Munitie.

Blad 3/6

Het gebruik van munitiesoorten, die overmatige schade aan de inrichtingen kunnen toebrengen, of die een veiligheidsrisico in zich houden, is niet toegestaan.

Ter voorkoming van schade aan de inrichting is “snelvuur” verboden. Als “snelvuur” wordt aangemerkt een serie van 2 of meer schoten, waarbij de tijdsinterval tussen 2 op één volgende schoten minder dan 2 seconden bedraagt.  Een uitzondering hierop is de discipline “Militair Pistool”, tijdens de aparte schietavonden, die hiervoor worden georganiseerd.

Het laden van een wapen is uitsluitend toegestaan op de post waar men mag schieten.  Het richten van een wapen anders dan op het doel is onder alle omstandigheden verboden.  Het is een ieder, anders dan een instructeur of baancommandant verboden een schutter tijdens het schieten, hoe dan ook te storen. Alle toeschouwers dienen zich rustig te gedragen.  Na gebruik van alcohol en/of andere geestverruimende middelen is het (verder) schieten verboden. Op de overdekte banen mag tijdens het schieten niet worden gerookt. Het nuttigen van consumpties is op de schietpost niet toegestaan.  Als op de 50 m baan de baancommandant het commando ‘stop, stop, stop’ of  ‘vast vuren’ geeft, dient het wapen onmiddellijk te worden ontladen en geopend neergelegd met de loop in veilige richting. De schutter gaat tenminste 1 meter achter het wapen staan. Er mag niet anders dan na toestemming van de baancommandant worden herladen.

Bij “stop, stop, stop” of “Vast Vuren” op de 300 m baan dient het wapen direkt ontgrendeld of gebroken worden, waarna het wapen wordt neer gelegd met de loop richting doel. De schutter gaat achter de brits staan en wacht op instructies van de baancommandant.  Als bij het hagelschieten het vuren wordt gestopt, dient het wapen onmiddellijk gebroken en de patronen uit de kamers genomen te worden . De schutter kan het geweer blijven dragen of het in een van de aanwezige rekken plaatsen. Het schieten kan worden hervat als de situatie weer veilig is.  In geval een patroon ketst, het wapen met de loop in de veilige richting te worden gehouden. Na 10 seconden wachten kan het wapen ontladen worden. De desbetreffende patroon mag, onder geen beding, bij de lege hulzen worden gegooid. Hij kan in de kantine worden ingeleverd.

De kleiduivenbanen

ALLEEN STAALHAGEL TOT EN MET NR 6 en ALLEEN BASCULEGEWEREN

Schutters en toeschouwers op de hagelbanen moeten beschermende middelen dragen.  Beschermende middelen zijn: gehoorbeschermers en veiligheidsbrillen.  Het laden van een wapen mag uitsluitend op de desbetreffende schietpost geschieden.  Op alle kleiduivenbanen dient het wapen vóór het verlaten van de desbetreffende post in veilige richting ontladen te worden.

Op kleiduiven banen waar middels hekwerk of door gebruik van schietkooien, de schietrichtingen van de schutters beperkt worden, is het verplicht om deze voorzieningen te gebruiken.  Bij het trap-schieten is het toegestaan om met gebroken wapen met patronen erin dóór te schuiven van post 1 t /m post 5. Bij het wisselen van post 5 naar post 1 dient het wapen gebroken en ongeladen te zijn.  Een rotte Trap mag uit niet meer dan zes personen bestaan.  Gebruik van staalhagel met een diameter groter dan 2,75 mm is ten strengste verboden. (Hagelnummers 6 en hoger zijn dus toegestaan)

Blad 4/6

Schouderen, richten of mee zwaaien tijdens een schietbeurt van een andere schutter is, ook met een ongeladen wapen, verboden.

Een hagelronde bestaat uit 25 of 40 duiven. Extra afgeroepen duiven moeten ook extra worden betaald.

Om een hagelschietbeurt afgetekend te krijgen moeten tenminste 25 duiven worden beschoten.  Vullen van en/of reparaties aan machines uitvoeren mag uitsluitend door daartoe bevoegd baanpersoneel geschieden.

De Kogelbanen

Op alle kogelbanen zijn rode signaleringslampen aangebracht. Als deze rode lampen (gaan) branden dient er te worden gehandeld alsof een commando “Stop. Stop, stop” of “Vast vuren” wordt of is gegeven.  Op de 50 m baan wordt het einde  van een schietbeurt  aangegeven door een knipperende groene lamp, gevolgd door een constant brandende rode lamp, waarbij op de andere banen de groene lamp kan blijven branden. In deze situatie kan de schietbeurt normaal worden beëindigd, waarna het ontladen wapen en eventueel een leeg magazijn ter controle aan de baancommandant wordt aangeboden

Om in het schietregister een kogelschietbeurt bijgeschreven te krijgen, moeten minimaal 25 patronen zijn verschoten.

De 50 m baan.

De 50 m baan heeft 6 banen met schietpunten, genummerd 1 tot en met 6.

Baan 1 tot en met 3 zijn hebben een transporteur die de schietkaarten op 50 m plaatst. Op deze 3 banen wordt alleen geschoten op 50 m met KKG. GKG wordt alleen geschoten op baan 1. Toegestaan zijn alle types geweren met uitzondering van automatische wapens. Het maximale toegestane  kaliber voor geweren is 8 mm of .30”.   De banen 4 tot en met 6 zijn ook voorzien van een transporteur voor de schietkaarten. De afstanden hier  zijn 10 meter of  25 meter. Op 25 m wordt geschoten met KKG, (randvuur patronen) en GKP/R. Geen GKG

De Eo van de gebruikte pistool en revolver patronen mag maximaal 700 Joule dedragen. Zie opgave van de leverancier. Bij herlaadmunitie wordt ook gekeken naar de Eo van  vergelijkbare fabriekspatronen.  Magnum kalibers zijn verboden  Als er twijfel is over de munitie mag deze niet worden gebruikt.  De 10 m afstand wordt alleen gebruikt voor kleinkaliber vuistvuurwapens, (pistool en revolver).

Daarnaast is er een “lopend varken” dat beschoten wordt vanaf de schietpunten 3 en 4.

Op de banen 1 tot en met 6 kan tegelijk worden geschoten.

Er kan dan niet op het “lopend varken”worden geschoten.  Het “lopend varken” beweegt in principe van rechts naar links over de baan vlak voor de kogelvanger. Als er op het “lopend varken”wordt geschoten, kunnen de andere kogelbanen niet worden gebruikt. De doelen van deze banen moeten worden verwijderd. Om voldoende bewegingsvrijheid voor de schutter te creëren wordt het tussenschot tussen de schietpunten 3 en 4 verwijderd.

Blad 5/6

Schiethouding

Alle schiethoudingen zijn in principe toegestaan, inclusief zittend. Een en ander ter beoordeling van de baancommandant of de instructeur.

Er wordt vanuit gegaan dat de verenigingschutters, die zonder instruktie schieten voldoende vaardigheid hebben om goed af te komen, zodat er geen nullen worden geschoten. Als er 2 maal buiten het doel wordt geschoten moet de oefening worden gestopt.  Na overleg met en toestemming van de Baancommandant kan de oefening hervat worden.

De baancommandant geeft deze toestemming alleen, als in redelijkheid mag worden aangenomen, dat de oorzaak van het “missen” is opgeheven.

Het “lopend varken”

Op het “lopend varken” mag alleen worden geschoten met geweren, bedoeld voor de jacht:

  • Grendel geweren
  • Semi-automatische geweren met een magazijncapaciteit van max. 2 patronen.
  • Basculebuksen.

De wapens moeten voorzien zijn van richtmiddelen die geschikt zijn voor het schieten op een bewegend doel.  Het toegestane kaliber voor deze schietoefeningen is max. 8 mm of .300”. Voor het beschieten van het lopend varken wordt er slechts 1 patroon geladen.  Als er speciale oefeningen worden geschoten mogen er max. 2 patronen worden geladen, dit ter beoordeling van de instructeur.  Voor speciale drijfjachtbuksen met een groter kaliber, tot max. 9,3 mm of .375” en een Eo tot max. 6000J, kan er met de baanmanager een afspraak worden gemaakt voor een beperkte schietoefening.  Zogenaamde Afrika-kalibers hebben een te hoge energie en worden niet toegelaten.

Toezicht op de 50 m baan

Bij de normale verenigingsschietoefeningen op 50, 25 en/of 10 meter is er altijd een baancommandant aanwezig.  Schietoefeningen op het “lopend varken” worden gedaan onder toezicht van een instructeur.  Per schietplaats mogen, buiten een instructeur, niet meer dan één persoon aanwezig zijn, behoudens uitdrukkelijke toestemming van de baancommandant.  Er mogen niet meer patronen in het wapen of het magazijn worden geladen dan voor de schietoefening nodig zijn.  Eventuele defecten aan de baan dienen aan de baancommandant te worden gemeld.  Het is de schutter verboden zelf reparaties aan de baaninrichting uit te voeren tenzij met toestemming van de baanmanager. Tijdens reparaties mogen geen wapens in de bunker aanwezig zijn en is deze afgesloten. Bij reparaties in de bunker is aanwezigheid van een twee extra mensen vereist.  In geval van brand moeten de wapens ontladen en dient de bunker onverwijld verlaten te worden.

Blad 6/6

100 – 300 meter (GKG) banen

Op de 300 m. baan worden slechts schutters toegelaten die geacht worden minimaal een 5 te treffen. Een schutter die tweemaal achtereen een 0 schiet, dient het schieten te staken en mag dat slechts hervatten na overleg met en toestemming van de baancommandant. De baancommandant geeft deze toestemming alleen, als in redelijkheid mag worden aangenomen, dat de oorzaak van het “missen” is opgeheven.

Iedere munitie, zijnde geen matchmunitie, maar bedoeld voor de jacht, of van een kaliber groter dan 8 mm of .30”, is verboden op de 300 m. baan. Bij twijfel aan de toelaatbaarheid van munitie, dient vóór het schieten, in overleg te worden getreden met de baancommandant.  Als de twijfel daarmee niet kan worden weggenomen, mag de betreffende munitie niet worden verschoten. Zonodig kan overleg worden gepleegd met de baanmanager.  Op de schietpunten dienen de schutters ‘in lijn’ opgesteld te zijn.  Het is verboden, schietpunten bezet te houden door wapens en/of munitie en/of hulpmiddelen op de britsen te laten liggen.  Het elektronisch trefferregistratiesysteem wordt alleen bediend door de baan-commandant of een instructeur.

Inschieten GKG

Op de 300 m baan is baan 2 ingericht voor het inschieten.
Op baan 2 wordt dus alleen ingeschoten
Inschieten kan uitsluitend op afspraak met de baanmanager, onder diens toezicht of onder het toezicht van een ander die hiertoe door de baanmanager is aangewezen  Het inschieten van een geweer dient te geschieden op een 100 m. schijf. Hiervoor moet een afspraak worden gemaakt met de Baanmanager buiten de tijden voor de reguliere schietoefeningen.  Het opruimen zonder toestemming van de baancommandant en voordat die het commando ‘vast vuren’ heeft gegeven, is verboden.  In geval van brand, de wapens ontladen en de bunker onverwijld verlaten.    Slotbepalingen  Als de veiligheid niet in het geding is, kan de baanmanager incidenteel beslissen om eenmalig van een of meerdere van deze regels af te wijken.  De baanmanager meldt dit aan de voorzitter van het bestuur van de Stichting.  In die gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist de baanmanager, zonodig na overleg met een of meerdere bestuursleden van de Stichting. In elk geval wordt de voorzitter van het bestuur van de Stichting hierover geinformeerd.  Bij overtreding van enig in dit reglement vervat voorschrift of verbod kan het bestuur van de Stichting sancties opleggen, waaronder b.v. tijdelijke of definitieve ontzegging van de toegang tot het terrein van de Stichting.

Dit reglement is vastgesteld ter vergadering van het bestuur der Stichting d.d 25 Maart 2012 en treedt met onmiddelijke ingang in werking.

Het Bestuur