Kleiduivenschieten

Kleiduivenschieten is een sport welke beoefend wordt op een groot open veld, uiteraard buiten de bebouwde kom. Het kleiduivenschieten behoort tot de dynamische schietsportonderdelen. Er wordt namelijk niet op een stilstaand doel (schietschijf) geschoten, maar op lemen schoteltjes (kleiduiven) die door een machine worden weggeslingerd in de lucht met een snelheid van ongeveer 120 km per uur. Het is een sport die geïnspireerd is op de jacht op hoenders, eenden, duiven, hazen en konijnen. De schutter moet proberen vanuit verschillende posities de kleiduif (met o.a. een doorsnede van ongeveer 11 cm) die steeds uit een andere richting voorbij komt, te raken. Het kleiduivenschieten is een vorm van schietsport met veel spanning, waarbij veel concentratie is vereist. Omdat het een buitensport is, spreekt het veel mensen aan. Een “kleiduif” is een schotel van geperst composiet van zand (vroeger werd bitumen gebruikt) en milieuvriendelijke bindmiddelen of volledig van geperste klei. Van deze “schotel” bestaan verschillende modellen en kleuren en deze worden mechanisch weggeworpen, waarna de schutter met een jachtgeweer gevuld met hagelpatronen op deze schijf schiet. Kleuren welke op de schietbaan worden gebruik zijn signaal oranje en signaal groen. Bij het kleiduivenschieten wordt gebruikgemaakt van patronen met hagelnr. 7 t/m hagelnr. 9. Deze patronen bevatten gemiddeld 300 hagelkorrels en hebben een diameter van 2 tot 2,4 mm.

Oorsprong
Kleiduivenschieten is voortgekomen uit de jacht en werd beoefend door de rijkere mensen om buiten het jachtseizoen de schietvaardigheid te behouden. In 1822 komt men al gevallen tegen van kleiduivenschieten in de geschiedenisboeken, welke sport beoefend zou worden door gespecialiseerde schutters met een “excellent oog voor de jacht”. Kleiduivenschieten werd gezien als een extraatje ter afsluiting van de jacht, als oefening, bij het afleggen van het jachtexamen of als onderwerp van een weddenschap.

Ontwikkeling
In de vroegere jaren ging het er echter een stuk minder humaan aan toe. Aan beide einden van het veld werden manden geplaatst met daarin ettelijke hoeveelheden duiven, en op commando werden deze losgelaten om op die manier hun dood tegemoet te vliegen. In Noord-Amerika is door de beoefening van deze sport de duif op een gegeven ogenblik bijna uitgeroeid. Toen de duif een beschermde soort werd, hebben de sporters in samenwerking met dierenrechten-organisaties een alternatief ontwikkeld, de voorloper van het kleiduivenschieten (of skeet) zoals we dat nu kennen. Tijdens de Olympische Zomerspelen van 1900 in Parijs stond het afschieten van levende duiven op het programma. Er werden voor dit onderdeel ongeveer 300 vogels gedood. Na afloop leverde dit veel bloed en veren op. Het onderdeel werd daarom geschrapt en op de Olympische Zomerspelen van 1912 in Stockholm vervangen door kleiduivenschieten.

Moderne vorm
In Nederland worden voornamelijk twee vormen van kleiduivensport beoefend, namelijk Skeet en Trap. Skeet is een discipline waarbij de duiven uit twee torens komen. Bij trap komt de duif onder allerlei onvoorspelbare hoeken uit een vast punt. Daarnaast is er nog een jachtparcours waarbij de duiven volgens zeer veel verschillende trajecten vliegen.

Bron: Wikipedia en KNSA